Ronda is technisch geen Costa del Sol — het ligt zo'n vijftig kilometer landinwaarts, op een rotsplateau dat 750 meter boven zeeniveau eindigt in een afgrond. Maar het is wel de dagtrip die iedereen die Marbella of Estepona bezoekt minstens één keer hoort te maken. Het stadje wordt doormidden gesneden door de Puente Nuevo, een 18de-eeuwse brug die ongeveer honderd meter boven de Tajo-kloof uittorent, en het uitzicht vanaf de plaza vóór de brug is een van die plekken waar je echt even moet gaan zitten.
Ronda werd in de jaren twintig wereldberoemd toen Hemingway en later Orson Welles er hun schrijftafel neerzetten, en de stad heeft die status met onverstoorbaar gemak gedragen. De stierenarena is de oudste van Spanje, het wijngebied er omheen produceert kleine maar serieuze flessen, en de oude moorse Joodse buurt langs de oostelijke rand heeft restaurants waar je gerechten eet die in Marbella niet meer bestaan. Wij komen hier voor een lange lunch, niet voor een snelle foto.
